
De Nederlandse componist Louis Andriessen werd op 6 juni 1939 geboren te Utrecht. Zijn vader Hendrik Andriessen (organist en componist) was in de jaren 1930/1940 directeur van de muziekschool in Utrecht en organist van de Catharijnekerk. De jonge Andriessen werd katholiek opgevoed, dag in dag uit, zodat het uiteindelijk een onderdeel van zijn hemzelf is geworden. Hij had drie zussen en nog twee broers die allemaal veel met muziek bezig waren; de hele dag klonk muziek door het huis. Met name zijn moeder, die professioneel pianiste was, heeft een grote rol gespeeld in de muzikale vorming van Andriessen en zijn broers en zussen. Naar de radio luisteren dat deden ze niet, alleen wanneer er een stuk van hun vader klonk, werd er geluisterd. Vanaf zijn elfde begon Louis serieus met het schrijven van muziek. In eerste instantie was het zijn vader die hem de compositielessen gaf, maar toen deze in 1955 ziek werd, heeft zijn broer Jurriaan (ook componist) het overgenomen.
Van 1951 tot 1954 zat Andriessen op de middelbare school in Den Haag. In het derde jaar mocht hij toelatingsexamen doen voor het conservatorium te Den Haag. Hier werd hij aangenomen voor piano, compositie en theorie. Zijn vader, directeur van het Koninklijk Conservatorium, gaf hem zijn eerste lessen. Daarna, vanaf 1956, was hij leerling van Kees van Baaren. Onder zijn meesterschap verschijnt Andriessens vroegste werk: Sonate voor fluit en piano. Twee jaar later componeert hij Séries voor twee piano’s, een van de eerste twaalftoonscomposities in Nederland.
Nadat Andriessen voor acht jaar aan het conservatorium in Den Haag heeft gestudeerd, trekt hij in 1962 naar Milaan, Italië, om daar te gaan studeren bij Luciano Berio. De reden dat hij bij Berio gaat studeren, is omdat hij zich het ‘meest thuis voelt’ bij zijn muziek. Desondanks gaat hij drie jaar later alweer terug naar Nederland waar hij optrekt met Reinbert de Leeuw, Peter Schat en Lodewijk de Boer. In 1969 verschijnt zijn eerste opera: Reconstructie. (Met een libretto van Harry Mulisch en Hugo Claus.) Deze opera is het openingsstuk op het Holland Festival van 1969 en is een loflied aan de marxistische revolutionair Che Guevara. In deze opera wordt een sterk politiek moreel oordeel uitgesproken over de manier van handelen van de Amerikanen tijdens de Vietnamoorlog. Voor het componeren van de muziek van deze opera werd niet uitgegaan van het bestaande symfonieorkest, maar werden allerlei geavanceerde technieken als het gebruik van tape en live elektronica, toegepast.
In 1972 wordt het ensemble De Volharding opgericht, speciaal om het muziekstuk De Volharding van Andriessen uit te voeren. Het ensemble kan als een verwezenlijking van de ideologie die Andriessen aanhangt, worden gezien. Deze ideologie probeert een bijdrage te leveren aan de ‘materialistische kunsttheorie:’ er wordt geprobeerd de samenhangen bloot te leggen tussen muziekconceptie, muziekproductie en muziekconsumptie. Dit kan worden vertaald naar een maatschappijkritische houding, waarin de heersende opvattingen over de bestaande verhoudingen in de samenleving, bekritiseerd worden. Als gevolg hiervan krijgt het ensemble een politiek beladen karakter en heeft het een andere betekenis wanneer dit ensemble optreedt op een politieke bijeenkomst, dan wanneer andere musici optreden.
Midden jaren tachtig begint Louis Andriessen met het componeren van het revolutionaire werk De Materie. In 1989 werd dit stuk voor het eerst geproduceerd door De Nederlandse Opera, hoewel het geen opera is. Het is een theatraal vierluik waarin alle vier de delen als op zichzelf staande composities kunnen worden gezien. Het eerst gecomponeerde werk in 1984-85, De Stijl, is het derde deel in het stuk. Later werden de delen 1 De Materie (1987), 2 Hadewijch (1988) en 4 De Materie (1988) gecomponeerd. Aan deze theatrale compositie ligt het ‘formalisme’ ten grondslag. Het formalisme is een kunststroming die opkomt in de Moderne Tijd aan het begin van de twintigste eeuw en die zich concentreert op de kunst als iets wat uitsluitend uit vormen bestaat die de mens kan ontroeren, in vervoering kan brengen of aan het denken kan zetten.
Voor de vier delen van het werk koos hij vier beslissende momenten uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis: het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de Staten Generaal zich in 1581 onafhankelijk verklaarden van de koning van Spanje; het zevende visioen van de 13e-eeuwse mystica Hadewijch; de abstracte schilderkunst van Mondriaan; en laat-19e-eeuwse teksten over liefde, dood en wetenschap van onder meer Tachtigers-dichter Willem Kloos. Het werk zit vol verwijzingen naar oude muzikale vormen en technieken die telkens op eigentijdse wijze worden verwerkt. Zo horen we in deel één een duet voor twee hameraars, vermoedelijk de letterlijkste 'toccata' ooit geschreven, terwijl deel drie boogie-woogie en rap paart aan het traditionele B-A-C-H-motief.
Na De Materie heeft Andriessen nog een heel aantal andere werken voor ensemble met zang, opera’s en instrumentale composities geschreven, waaronder: Rosa (a Horse Drama) (muziektheater), Trilogie van de Laatste Dag (3 delen) (ensemble en zang), Writing to Vermeer (opera).