Hoofdnavigatie


Week 6, woensdag 8 februari 2012, 02:48

Zoeken zoek in cultura

Purcell, Henry

Purcell, Henry

De geboortedatum van Purcell is slechts af te leiden uit een inscriptie op zijn grafsteen: tussen 21 november 1658 en 10 november 1659 moet hij ter wereld gekomen zijn. Het is evenmin reeds achterhaald of hij de zoon is van Henry Purcell, lid van de Chapel Royal en gestorven in 1664, dan wel van Thomas Purcell. In 1669 werd hij één van de twaalf knapen van de Chapel Royal, die toen onder leiding stond van Henry Cooke. Die was dan ook zijn eerste leraar. Toen hij in 1673 de baard in de keel kreeg, was in de koninklijke kapel Cooke opgevolgd door de fervente "Lullist" Humfrey. Purcell moest uiteraard uit het knapenkoor verdwijnen, maar kreeg enkele posities in de marge van de kapel: als assistent-schatbewaarder van de koninklijke instrumentenverzameling, als kopiist en als verantwoordelijke voor het stemmen van het grote Westminster-orgel. Verder nam hij ook compositielessen bij John Blow.

In het onderstaande You Tube filmpje zingt Emma Kirkby het lamento "When I am laid in earth" van Purcell.


In 1677 vloeide daaruit zijn titel "composer without fee to His Majesty in the place of Matthew Locke, deceased". Dat was dan de start voor een rijkgevulde componistenloopbaan. Als Blow ontslag neemt, volgt Purcell hem op aan de orgelbank van de Westminsterkerk, en in 1582 krijgt hij dezelfde post in de Chapel Royal.

Intussen huwt hij ene Frances Peters, die hem zes kinderen zou schenken. In 1683 volgt hij zijn chef op als "keeper of the King's instruments", wat inhield dat hij alle blaasinstrumenten moest vervaardigen, herstellen, onderhouden en stemmen. We mogen niet uit het oog verliezen dat orgel en regalen tot dit instrumentarium behoorden, zodat dit echt meer dan alleen maar een eretitel betrof.

Aan het hof overleefde Purcell de frivoliteiten van zijn koning en de intriges om diens opvolging. Hij componeerde onverstoorbaar verder, maar verzekerde zijn toekomst door toneelmuziek te gaan schrijven. Voor de meisjeskostschool van dansmeester Josias Priest in Chelsea componeert hij zijn enige echte opera Dido and Aeneas. Gezien de opdrachtgever waren alle rollen behalve die van Aeneas geschreven voor meisjesstemmen, een grote uitzondering in die tijd en in Engeland. Het werd, ondanks de beperkte middelen die ter beschikking stonden, zijn beroemdste meesterwerk. De eigenlijke "echte" opera uit Italië heeft nooit vaste voet gekregen in Engeland: op Dido na schreef Purcell uitsluitend muziek bij toneelwerken en z.g. semi-opera's. Ook Handel zou na drie mislukte pogingen er de brui aan geven en definitief het roer omgooien in de richting van het oratorium.

Op 21 november 1695 sterft Purcell aan de gevolgen van een longontsteking, nauwelijks 36 jaar oud.


Het vroegst bekende werk, mogelijk van Purcell, is het lied Sweet Tyraness, I now resign dat hij rond zijn achtste gecomponeerd moet hebben, als het tenminste niet van zijn vader of oom is, die ook Henry heette. In zijn vroege periode schrijft Purcell vooral religieuze anthems, waarin hij een verbazingwekkende virtuositeit aan de dag legt en experimenteert met talloze speciale effecten, zoals verschuivingen van sleutels en de "word painting" die zo typerend is voor Engelse vocale muziek in de 16e en 17e eeuw. Wanneer in de tekst bijvoorbeeld een woord als 'low' voorkomt, zet Purcell dit ook daadwerkelijk op een extreem lage noot, en vice versa met woorden als 'high'. Hij geldt als de bekwaamste Engelse componist op dit gebied. Belangrijke anthems van de twintiger Purcell zijn My Beloved Spake, waarin hij vogelgezang nabootst, The Bell Anthem, met kerkklokimitaties, Jehova, quam multi sunt hostes mei, waarmee hij bewees de oude contrapuntische technieken van Thomas Tallis onder de knie te hebben, en I was Glad, voor de troonsbestijging van William en Mary na de Glorious Revolution van 1689. Recent werd dit vroege repertoire integraal opgenomen door Robert King. Naarmate Purcell meer toneelmuziek begon te componeren, schreef hij minder anthems.


Odes en opera's
Purcell werd een populair componist van welkomstliederen voor vorstelijke personen en lofzangen (odes), waarvan de eerste, Welcome, Viceregent of the Mighty King, reeds in 1680 geschreven werd. Hij schreef in 1685 een kroningsode voor de kroning van Jacobus II, My Heart is Inditing, en bespeelde het orgel tijdens de kroning van Willem en Mary in 1689. Van Purcell zijn slechts vier korte orgelwerken bekend, de zogenaamde voluntaries. Hij schreef één doorgecomponeerde kameropera, Dido and Aeneas, alsmede vijf semi-opera's, een term die door Roger North werd geïntroduceerd om te verwijzen naar een soort muziektheater waarin een compleet toneelstuk is verwerkt en die ook sterk beïnvloed is door de masque. Deze semi-opera's zijn The Prophetess, or the History of Dioclesian, King Arthur, or the British Worthy, The Fairy-Queen, The Indian Queen en vermoedelijk The Tempest, or the Enchanted Isle.

Dido and Aeneas op tekst van de Ier Nahum Tate, de latere Poet Laureate, wordt het vaakst uitgevoerd, soms in combinatie met een ander kort werk. Purcell schreef honderden liederen, waaronder vele op teksten van Abraham Cowley en een aantal van de jonge William Congreve, vele voor het eerst opgenomen door de countertenor Alfred Deller. Bovendien componeerde hij een groot aantal vaak obscene drinkliederen, de zogenaamde catches; hiervan is Pox on you het beruchtst, met de beroemde winden- en boerpartijen. Purcells samenwerking met de dichter John Dryden leidde tot buitengewoon indrukwekkende theaterproducties. Zo leverde deze de tekst voor de patriottische semi-opera King Arthur. In 1695, kort voor hij zelf overleed, schreef hij nog aangrijpende muziek voor de rouwdienst van Koningin Mary (Funeral music for Queen Mary).

Zijn verschillende Odes for Saint Cecilia's Day, zoals Welcome to all the Pleasures en Hail! Bright Cecilia, genieten veel belangstelling en worden van al zijn odes het vaakst uitgevoerd. Het stralende Hail! Bright Cecilia bezit een voor die tijd uitgebreid aantal koperblazers en slagwerk.

Kamermuziek
Vermeldenswaard zijn verder Purcells fantasia's, geschreven in een idioom dat mede teruggrijpt op de full consort-stijl van William Lawes en John Coprario, of de vedelfantasia's van Orlando Gibbons. Purcell heeft zelf deze werken niet uitgegeven, mogelijk met het idee dat er geen publiek meer voor bestond. Daarentegen ontbrak het niet aan belangstelling voor zijn Sonnata's of Three Parts en Sonnata's of Four Parts, die sterker in de richting van de Italiaanse muziek gingen, ofschoon met name Arcangelo Corelli de werken bekritiseerde. Hieruit mag blijken dat ze desondanks nog invloeden van de oude Engelse traditie vertoonden. Ook als klavecinist moet Purcell in trek geweest zijn: getuige een in 1993 ontdekt handschrift met klavecimbellessen van de hand van Purcell en Giovanni Battista Draghi. Händel had niets dan lof voor Purcell nadat hij zich in Londen had gevestigd en met Purcells muziek in aanraking was gekomen, en hij heeft dan ook als "Engelse" componist stijltechnisch gretig geput uit Purcells nalatenschap.

De werken van Henry Purcell zijn gecatalogiseerd door Franklin Zimmermann. Men verwijst daarom naar Purcells composities met Z en een volgnummer. Na Purcells dood bundelde zijn weduwe, Frances Peters, diens populairste liederen en instrumentale stukken, die door Henry Playford werden uitgegeven in de twee collecties Orfeus Britannicus van 1698 en 1702. Deze bijnaam genoot Purcell al tijdens zijn leven en ze vormt een bewijs voor zijn status.


Cultura Klassiek partners