
Wilmink werd in 1936 geboren in de Javastraat te Enschede in een socialistisch geëngageerd gezin. Zijn vader was procuratiehouder in de textiel. Na het behalen in 1954 van zijn eindexamen Gymnasium-α ging hij Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn kandidaats studeerde hij ook Geschiedenis. Gedurende zijn studie schreef hij zijn eerste gedichten en cabaretteksten. Hij publiceerde in de "Almanak van de vereniging USA" en schreef teksten voor de studenten cabaretgroep "La Pie Qui Chante" (De zingende ekster). In 1960 in het laatste jaar van zijn studie werd hij leraar aan het Vossius Gymnasium te Amsterdam.
Vanaf 1965 schreef Wilmink gedichten, essays, liedjes en proza voor de literaire tijdschriften "Tirade", "Maatstaf" en "De Revisor". Zijn literair debuut was in 1966 met de verhalenbundel "Brief van een Verkademeisje". Van 1968 tot 1970 was hij de poëzierecensent voor het dagblad "De Tijd" en van 1971 tot 1977 redacteur van het tijdschrift "Spektator".
Samen met Hans Dorrestijn, Karel Eykman, Ries Moonen, Fetze Pijlman en Jan Riem vormde hij in 1970 een
schrijversgroep die schreef voor televisieprogramma's als: "De Stratemakeropzeeshow", "Het Klokhuis", "De Film van Ome Willem", "Sesamstraat", "J.J. De Bom voorheen De Kindervriend" en "Kinderen voor kinderen". Ook schreef hij vele liedjes voor musicals.
In 1978 werd hij fulltime tekstschrijver en vestigde zich in Capelle aan den IJssel. Tot aan zijn dood schreef hij op een typmachine want hij wilde niet werken op een computer. Vanaf 1979 gaf hij ook enkele jaren één dag per week les aan de Kleinkunstacademie te Amsterdam.
Wilmink heeft veel kinderboeken op zijn naam staan. Aanvankelijk richtte hij zich op volwassenen, maar later werden kinderen zijn voornaamste doelgroep. Wilmink schreef gedichten en verhalen voor volwassenen en voor kinderen, teksten voor cabaret en televisie, een driedelige cursus over gedichten schrijven, bewerkte oude teksten zoals "De reis van Sint Brandaen" uit de 12e eeuw en verklaarde het Wilhelmus. Hij vertaalde gedichten en prentenboeken uit het Duits, Engels, Frans en Zuid-Afrikaans. Tevens vertaalde hij de Carmina Burana in het Nederlands voor een serie uitvoeringen die op 11 mei 1996 in Enschede in première ging en ook op cd uitkwam.
Dood zijn duurt zo lang schreef Wilmink. Hij vraagt zich af in dit gedicht hoe het zal zijn om dood te zijn: Als je dood bent, droom je dan? / En waar droom je dan wel van? (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 834)Het antwoord schreef hij op het eind van zijn leven: Als ik dood ben, moeten jullie / mijn verhalen doorvertellen. / Als iemand getroost moet worden, / kunnen jullie altijd bellen. In het stralendst van de hemel / zal ik niet zijn neergezeten / want daar is allang geen plaats meer / voor neurotische poëten, Ik ben niet meer op aarde, / maar je kunt me heel goed vinden: / bel gewoon Harry Bannink / en hij zal je doorverbinden . (Verzamelde liedjes en gedichten blz. 1275)
(BRON: wikipedia)