Hoofdnavigatie


Week 6, woensdag 8 februari 2012, 14:42

Zoeken zoek in cultura

Koninklijk Concertgebouw Orkest

Koninklijk Concertgebouw Orkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest
Het KCO wordt wereldwijd gezien als een van de vooraanstaande symfonieorkesten. Opeenvolgende generaties musici hebben bijgedragen aan de vorming van het specifieke karakter van het orkest. De langdurige samenwerking met ieder der in totaal slechts zes chef-dirigenten en de unieke akoestiek van het Concertgebouw hebben eveneens een grote rol gespeeld.

Het Concertgebouworkest ontwikkelde zich na de oprichting in 1888 al gauw tot een van de beste orkesten van Europa. 'Wirklich prachtvoll, voll Jugendfrische und Begeisterung' noemde Richard Strauss het in 1897. Sinds 1988 mag het orkest zich Koninklijk noemen. Het heeft inmiddels ruim elfhonderd plaat-, cd- en dvd-opnamen gemaakt, meerdere zijn internationaal onderscheiden.

De musici: een unieke speelcultuur
Met zijn 'fluwelen' strijkers, de 'gouden' klank van het koper, en het bijzondere en persoonlijke timbre van de houtblazers heeft het orkest zich internationaal een eigen plaats verworven. De musici zijn de hoeders van de speelcultuur die het orkest zijn unieke klank en flexibiliteit geeft. Het Koninklijk Concertgebouworkest bestaat uit 120 virtuozen, die op het hoogste niveau tot samenspel komen.

Samenwerking met componisten
In de vijftig jaar dat Willem Mengelberg de scepter zwaaide, dirigeerden componisten als Richard Strauss, Gustav Mahler, Claude Debussy en Igor Stravinsky meer dan eens het Concertgebouworkest. Grootheden als Sergej Rachmaninov, Béla Bartók en Sergej Prokofjev traden op als solist in eigen werk. Deze uiterst belangrijke band met eigentijdse componisten werd voortgezet met onder anderen Bruno Maderna, Peter Schat, Luciano Berio, Hans Werner Henze en John Adams, en vormt nog steeds een van de gekoesterde beleidslijnen.

Het KCO speel de Eerste Symfonie van Mahler op de Uitmarkt



Mahler en Bruckner
Het orkest heeft met interpretaties van het laatromantische repertoire een wereldnaam verworven. De Mahler-traditie, geworteld in de vele uitvoeringen die Mahler hier zelf dirigeerde, beleefde hoogtepunten tijdens de Mahler-feesten in 1920 en in 1995. Bernard Haitink maakte grote indruk met zijn integrale opname van Mahlers symfonieën en de Kerstmatinees.

Ook Bruckner is niet weg te denken uit het repertoire van het orkest. Het was met name Eduard van Beinum die na de oorlog de symfonieën van Bruckner onder de aandacht bracht. Daarnaast versterkte hij de positie van Franse muziek in het repertoire.

Riccardo Chailly heeft met zijn uitvoeringen in concertzaal en op cd een nieuwe impuls gegeven aan de interpretatie van hedendaagse muziek en opera. Ook zijn Mahler-interpretaties werden alom geroemd. Onder Mariss Jansons is in 2004 een nieuwe fase gestart, met blijvende aandacht voor componisten als Mahler, Bruckner en Richard Strauss, maar ook voor belangrijke twintigste-eeuwse componisten zoals Sjostakovitsj en Messiaen. In zijn eerste seizoenen als chef-dirigent reikte zijn repertoire van Haydn en Mozart tot hedendaags Nederlands werk en een opdrachtcompositie van Henze.

De gastdirigenten
Het Concertgebouworkest heeft samengewerkt met vele wereldberoemde gastdirigenten, die allen hun bijdrage hebben geleverd aan het repertoire. Onder hen zijn grootheden als Arthur Nikisch, Karl Muck, Bruno Walter, Otto Klemperer, Rafael Kubelík, Pierre Monteux, Eugen Jochum, Karl Böhm, Herbert von Karajan, Georg Solti, George Szell, Carlos Kleiber, Leonard Bernstein, Colin Davis, Kurt Sanderling, Kirill Kondrashin, Carlo Maria Giulini, Kurt Masur, Lorin Maazel, Zubin Mehta en honorair gastdirigent Nikolaus Harnoncourt.

Cultura Klassiek partners