Hoofdnavigatie


Week 6, woensdag 8 februari 2012, 14:24

Zoeken zoek in cultura

Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen

"Zinnenverzinzin, dat is het woord waarmee Joke van Leeuwen de Kinderboekenweek van een thematisch fundament heeft voorzien. In de kinderboekenweek 2008 draait het namelijk om poëzie.

Maar Joke van Leeuwen is niet alleen een groot kinderdichter en illustrator, ook als romanschrijver voor volwassenen wordt ze steeds beter. Deze maand verschijnt haar tweede roman voor grote mensen: 'Alles nieuw'. Joke van Leeuwen is op 7 oktober te gast in Knetterende Letteren.  


De vader van Joke van Leeuwen was dominee en het grote gezin Van Leeuwen verhuisde regelmatig. Ze woonden onder meer in Amsterdam, Brussel en Maastricht. Het verhuizen zit er bij Joke nog steeds in. Ze woonde met haar man en haar zoon in Amersfoort, Kerkrade en Maastricht, en sinds kort is ze weer terug in Antwerpen.

In het ouderlijk huis van Joke van Leeuwen werd veel gelezen, muziek gemaakt en toneel gespeeld. Als achtjarige schreef en tekende zij een eigen huiskrant.

Ze studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en het Hoger Sint-Lukasinstituut in Brussel, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.

In 1978 publiceerde ze haar eerste kinderboek en won ze op het Camerettenfestival alle prijzen waardoor ze meteen in het officiële cabaretcircuit verzeild raakte. Ze bleef er zes jaar, daarna zette ze deze activiteiten, met grotere professionaliteit maar minder frequent, voort op literaire festivals, feestelijke middagen, voorleesavonden en conferenties en middels theatertournees van beperkte duur. Sinds 2004 is ze weer officieel terug in de theaters, met programma’s waarin ze cabaret, literatuur en beeld combineert. Zij treedt op met haar vaste begeleidster, de pianiste Caroline Deutman.

In 2007 werd ze genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award.

Joke van Leeuwen is ook Stadsdichter van Antwerpen. Hieronder haar nieuwste stadsgedicht.:

Zonder

Acht keer heb ik de bomen kaal zien worden,
acht keer heb ik de bomen vol zien worden.
De zetel die ik vond is wankel.

En ik versta alles: de vermaning van een
man achter glas, de kreet van een kind
op een schommel.

Ik inspecteer mijn handen, nu die niet
werken mogen, ik controleer mijn hoofd
of daar nog iets vertakt.

Ze zeiden vroeger als ik niesde:
nu komt het allemaal in orde. Ik nies
de hele winter.

Mijn zus heeft al papieren, mijn zus
heeft nu een kaartje kleiner dan een
boterham.

Ai, als ik eens een zetel had die zachter
voor mijn rug was en dat ene, kleiner
dan een boterham.


Knetterende Letteren, dinsdag 7 oktober, 20.30 uur

Cultura links