
Janwillem Lincoln van de Wetering (Rotterdam, 12 februari 1931) is vrijdag 4 juli overleden. Van de Wetering maakte vooral naam met twee series: de Amsterdamse politiedetectives (en later privédetectives) Grijpstra en De Gier, en een autobiografische Zentrilogie bestaande uit De lege spiegel, Het dagende niets, en Zuivere Leegte. In zijn fictie- en non-fictieboeken verwerkte hij informatie uit zijn avontuurlijke leven in zes werelddelen.
Van de Wetering werd geboren in Rotterdam, als zoon van een Rotterdamse zakenman. Hij groeide als jongste kind op in de villawijk Hillegersberg. Zijn ouders, die lid waren van de Theosofische Vereniging, hadden nog drie dochters, een zoon en twee pleegdochters. In meerdere interviews noemt Van de Wetering het bombardement op Rotterdam in 1940 en het 'verdwijnen' van zijn joodse klasgenoten als vormende jeugdherinneringen. Hij meende dat een God die zoiets toeliet bedrog was, en gooide uit woede stenen naar een Jezusbeeld. Een politieagent zag dat, greep hem bij zijn oor en vroeg "Waarom gooi jij stenen naar het beeld van Jezus?". Janwillem vertelde de reden, de agent dacht na, en liet hem gaan. In zijn grote jeugdhuis waren tijdens de oorlog Duitse officieren gestationeerd.
Vanaf zijn jeugd droomde hij ervan schrijver te worden, maar het schrijven wilde lange tijd niet vlotten. Van de Wetering las veel en naar meerdere getuigenissen vrijwel altijd. Na het voltooien van de HBS in 1947, verbleef hij een tijdje in het huis van een neerlandicus, waar hij vrijwel niets anders deed dan lezen. Daarna werkte hij als boerenknecht in Noord-Holland, waar zijn vader hem opspoorde.
Onder druk van die vader volgde hij een studie aan Nijenrode, die hij in 1951 voltooide. Daarna werkte hij in de chemicaliënhandel bij zijn vader. Vanaf 1952 werd hij vertegenwoordiger van zijn vaders bedrijf in Zuid-Afrika. Na korte tijd in Johannesburg, vestigde hij zich in Kaapstad. Hij trouwde met de keramiste Bonnie Stewart Wynne, die ook na hun echtscheiding als Bonnie van de Wetering bekend bleef. Zijn vader ontsloeg hem, maar hij vond andere werkzaamheden. Naar eigen getuigenis experimenteerde hij met alcohol en drugs en was hij lid van een intellectuele bende. Uiteindelijk namen zijn depressies toe en probeerde hij zelfmoord te plegen, iets wat hij al vanaf zijn jeugd van plan was.
In 1958 volgde Van de Wetering colleges in filosofie in Londen, onder meer bij professor Ayer. Hij was ingeschreven als 'vrije student', en behaalde een diploma Engelstalige vaardigheid. Aanvankelijk zocht van de Wetering zijn heil in het existentialisme. Als gevolg van de interesse in theosofie van zijn ouders moest hij niets hebben van oosterse filosofie. Een medewerker van een boekhandel zette hem toch op het spoor van boeddhisme en hindoeïsme, en ook Ayer meende dat hij niet op de juiste plaats was. Tijdens een verblijf in Cornwall schreef hij een roman over "een jongeman die het geluk nastreeft" in Afrika, maar omdat niemand zich voor dit manuscript interesseerde, gooide hij het weg.
In 1958 belde hij aan bij het Daitoku-ji Zen-klooster in Kioto. Volgens De lege spiegel luidde hij per ongeluk een ceremoniële klok die alleen bij hoge feestdagen mocht worden geluid. Na een gesprek met de hoofdmonnik werd hij aangenomen voor een training. Hij woonde en leefde onder de barre omstandigheden die de Zentraining eigen zijn. Vooral de meditatiesessies vielen hem zwaar, en in het klooster wist men ook niet altijd wat men met deze vreemde buitenlander moest. Van de Wetering liep onder meer dronken door een wand van latjes en rijstpapier, maar de abt van het klooster bleef even vriendelijk. Na ongeveer een jaar in het klooster, mocht hij intrekken bij een Amerikaanse gevorderde leerling van dezelfde meester.
Gedurende zijn verblijf in Japan raakte Van de Wetering bekend met de detectives van de Nederlandse sinoloog en diplomaat dr. Robert van Gulik. Later in zijn leven schreef Van de Wetering een biografie over deze sinoloog en zette hij zich in voor de herpublicatie en vertaling van meerdere van diens boeken. Van de Wetering verkoos Robert van Gulik nooit te ontmoeten, naar eigen zeggen omdat hij hem mateloos aanbad.
Na zijn 'Zen-avonturen' in Japan woonde Van de Wetering vier jaar in Zuid-Amerika. In Colombiaanse hoofdstad Bogota werkte hij als manager bij een chemicaliënbedrijf. Hier leerde hij de zeventienjarige Juanita kennen, met wie in het hij huwelijk trad. In 1964 verhuizen zij, inmiddels met dochter, naar Peru en een jaar later naar Australië, waar hij respectievelijk in visnetten en onroerend goed handelde.
Van 1966 tot 1975 leidde hij een klein textielbedrijf in de binnenstad van Amsterdam. Tevens werd hij daar, ter vervanging van de militaire dienstplicht, lid van de Vrijwillige Gemeentepolitie, waar hij zeven jaar lang diende als agent en hoofdagent gedurende avonden en weekeinden. Hij haalde de brigadier- en inspecteurexamens, maar verkoos als agent het leven aan de zelfkant van dichtbij mee te maken. Zijn ideeën voor zijn latere Grijpstra en de Gier serie werden hem hier toegespeeld.
Hij belandde tenslotte in Amerika in een Zen-gemeenschap in Maine, geleid door de Amerikaanse leerling die hij in Japan had ontmoet. Hierover bracht hij verslag uit in het tweede boek van zijn Zen-trilogie: Het dagende niets - beschrijving van een eerste bewustwording in zen. Na vier jaar verliet hij de gemeente, en "iedere vorm van georganiseerde religie" en woont nu, samen met vrouw en hond, aan de kust van Noordoost-Amerika waar hij vaart en, soms, vliegt.
Twee van zijn boeken werden verfilmd: in 1979 Het lijk in de Haarlemmer Houttuinen onder de titel Grijpstra en De Gier, met Rijk de Gooyer en Rutger Hauer in de hoofdrollen; en in 1987 De ratelrat onder dezelfde naam, met in de hoofdrollen Rijk de Gooyer en Peter Faber. In 1993 verscheen een Duitse speelfilm, Der Blonde Affe (nav De Blonde Baviaan). Ook zijn er geregeld door Van de Wetering geschreven hoorspelen op de Duitse radio te beluisteren. Voorts werden meerdere verhalen van Grijpstra & De Gier verfilmd voor de Duitse televisie. Sinds 19 maart 2004 worden oude en nieuwe verhalen door RTL4 uitgezonden. In de VS werd het oorspronkelijke Stekel Charlie-verhaal uitgezonden door CBS.
Van de Wetering is over het algemeen blij met de verfilmingen van zijn boeken. Wel vindt hij dat de regisseurs weinig begrip hebben voor de pogingen tot onthechtheid van zijn hoofdpersonen, die ze ten onrechte zouden verwarren met onverschilligheid.
Kijk ook de documentaire To infinity and beyond: Een portret van de eigenzinnige levenskunstenaar en schrijver Janwillem van de Wetering.