
De films van Federico Fellini zijn vaak psychologische of sociale drama's waarin een fantasierijk personage, vaak gemodelleerd naar Fellini zelf, op zoek gaat naar de betekenis van z'n leven. Deze zoektocht wordt gekenmerkt door een veelvuldig gebruik van herinneringen, dromen, fantasieën en obsessies. Tegelijkertijd levert de film maatschappijkritiek doordat de persoon in aanraking komt met de schijnwereld van Italiaanse aristocratie, de decadentie van de bourgeoisie, de geslotenheid van het conservatieve platteland of de schijnheiligheid van de Katholieke Kerk. De hoofdpersoon wordt vaak omringd door een collage van rare karakters.
De films hebben vaak geen duidelijk lineair verhaal en zijn vaak meer een aaneenrijging van situaties en gebeurtenissen waarin de personages allerlei vreemde dingen meemaken. Deze gebeurtenissen zijn vaak extravagant vormgegeven met overdreven decors, bijzondere kostuums, veel make-up, opvallende kleuren en schilderachtige locaties, wat hem een van de meest markante regisseurs van de twintigste eeuw maakt.
Zijn beroemdste films van Fellini zijn La Dolce Vita (1960), Otto e mezzo (1963) en Amarcord (1973).