Hoofdnavigatie


Week 6, woensdag 8 februari 2012, 03:47

Zoeken zoek in cultura

Lucebert

Lucebert

Een iele jongen, in een haveloze wollen trui, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Zo zwierf Lubertus Jacobus Swaanswijk door Amsterdam. Althans, dat is de mythe.

Feit is dat Lucebert - zoals hij zich vanaf eind jaren 40 noemde - zo arm als een kerkrat was en probeerde tekeningen te verkopen aan kranten. Gerrit Kouwenaar werkte op de redactie van De Waarheid en was wel geïnteresseerd in de kunst, maar meer nog in de gedichten die Lucebert hem liet lezen.
Kouwenaar die ook dichtte, sloot zich in 1948 samen met Lucebert aan bij de Experimentele Groep in Holland.  
Deze groep kunstenaars als Karel Appel, Corneille en Constant zou uitgroeien tot de internationale Cobra- groep.
Zij zetten zich af tegen het vooroorlogse theoretisch esthetisisme en wilden spontane kunst maken. Iets dat ook zichtbaar was in de poëzie van Lucebert.
Samen met Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Remco Campert en Jan Elburg, vormde Lucebert de beweging van Vijftig. Niet zozeer een beweging met een omschreven programma. De dichters zetten zich af tegen  'het kleine en benauwde van de toen in zwang zijnde poëzie, met zijn geniepige eerbied voor de kleine dingen, met zijn angst voor het grote en meeslepende'

Lucebert werd de Keizer der Vijftigers genoemd, en bij de uitreiking van de Poëzieprijs van de stad Amsterdam in 1954 was hij als zodaning getooid. Keizer of niet: men was geschokt door deze vertoning en de uitreiking is afgeblazen.

Niet alleen artistiek was er behoefte aan vernieuwing - of het breken met bestaande vooroorlogse tradities. Ook in maatschappelijk opzicht.
Lucebert toonde zich al in een vroeg stadium een ge-engageerd dichter, zo blijkt uit het gedicht Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia uit 1949. In het gedicht wordt kritiek geleverd op de politionele acties die op dat moment gaande zijn.

De kritiek in de jaren vijftig reageerde in eerste instantie afwijzend op het werk van Lucebert. Men vond het aanstellerij, mislukte poëzie en een aanranding van de cultuur. Voorts ergerde men zich aan de opzichtige manier waarop Lucebert omging met zijn status als dichter.
Maar alle kritiek ten spijt, de erkenning liet niet lang op zich wachten, gezien de prijzen die Lucebert ook al in de jaren vijftig toegekend gekregen heeft. Drie keer de poëzieprijs van Amsterdam, de Constantijn Huygensprijs, P.C. Hooftprijs, Prijs der Nederlandse Letteren en de Jacobus van Looyprijs.

Hij overleed in 1994 in een ziekenhuis in Alkmaar. Hij liet een zoon (Brecht), ook kunstenaar, en een kleinzoon (Imre) achter.

De poëzie van Lucebert is tot op de dag van vandaag onderwerp van onderzoek en discussie. En ook is het oeuvre nog steeds niet compleet. Al verscheen in 2002 een nieuwe uitgave van de Verzamelde Gedichten, er duiken nu en dan nieuwe onbekende gedichten op.

Bekend van hem is de dichtregel Alles van waarde is weerloos uit het vers De zeer oude zingt uit 1974.[1] De zin staat sinds de jaren '80 (of eerder) nabij Station Rotterdam Blaak in grote neon-letters op de dakrand van een kantoor van een verzekeringsmaatschappij, inclusief zijn naam.

De uitspraak van de naam Lucebert is Loetsje-bert, van Italiaans 'luce' (=licht) en Germaans 'bert' (=licht), dus tweemaal licht.

Prijzen

    * 1953 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Apocrief
    * 1956 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor De beulen
    * 1962 - Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Terreur
    * 1965 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre
    * 1967 - P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre
    * 1983 - Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
    * 1990 - Jacobus van Looyprijs voor zijn gehele oeuvre

Werken

    * 1951 - Triangel in de jungle / de dieren der democratie
    * 1952 - apocrief / de analphabetische naam
    * 1952 - de amsterdamse school
    * 1953 - Van de afgrond en de luchtmens
    * 1955 - Alfabel
    * 1957 - Amulet
    * 1959 - Val voor vliegengod
    * 1965 - Mooi uitzicht & andere kurioziteiten
    * 1965 - Gedichten 1948-1965 (onder redactie van Simon Vinkenoog)
    * 1972 - En morgen de hele wereld
    * 1974 - Verzamelde gedichten
    * 1974 - 'Ongebundelde gedichten'
    * 1981 - Oogsten in de dwaaltuin
    * 1982 - De moerasruiter uit het paradijs
    * 1989 - Troost de hysterische robot
    * 1993 - Na de helft van het leven
    * 1993 - Van de roerloze woelgeest
    * 1994 - Van de maltentige losbol
    * 2002 - verzamelde gedichten

Musea, de werken van Lucebert zijn te zien in onder andere:

    * het Stedelijk Museum Schiedam in Schiedam
    * het Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen in Amstelveen
    * De tentoonstelling "Lucebert (1924-1994) - Arbeiten auf Papier" is in 2007 te zien geweest in de Kunstsammlungen der Veste Coburg.

Cultura links