
Liederen eines Fahrenden Gesellen
De liederen hebben de volgende titels: - Wenn mein Schatz Hochzeit macht - Ging heut morgen übers Feld - Ich hab ein glühend Messer - Die zwei blauen Augen. Mahler componeerde deze vier liederen tussen 1883 en 1885, ook de poëtische teksten zijn van Mahler’s hand. Hij was in die periode tweede dirigent bij de opera van de Kassel en smoorverliefd op de jonge zangeres Johanna Richter. Zij was zijn eerste echte liefde. Mahler identificeert zich in deze liederen met de hoofdpersoon - een ambachtsman die over de wereld dwaalt. In de liederen wordt verteld hoe een jongeman, afgewezen door zijn geliefde, zijn verdriet, boosheid en eenzaamheid beleeft en hoe hij tenslotte troost vindt onder de lindeboom. De pianoversie was al in 1885 klaar, de orkestratie in 1893. En tot de première in maart 1896 te Berlijn heeft Mahler er nog verder aan geschaafd. Tijdens het schrijven van deze liederencyclus was Mahler ook al bezig met het componeren van zijn eerste symfonie. Thema's uit deze liederencyclus heeft hij later gebruikt in die Eerste Symfonie.
Zoals gezegd vormen de Lieder eines fahrenden Gesellen wel een cyclus. Deze vier liederen vormen zelfs de eerste cyclus die Mahler schreef (1883), waarbij hij zelf ook tekende voor de teksten. Toen Mahler de liederen schreef stond hij aan het begin van zijn loopbaan en werkte hij als dirigent op verschillende plaatsen, waardoor hij veel reisde. Niet iedereen acht bewezen dat ze over de stukgelopen liefde Johanna Richter gaan, maar de titel van de cyclus duidt in ieder geval op zijn carrière: letterlijk vertaald de liederen van een reizende gezel, oftewel iemand tussen leerling en meester in.
Rückert-Lieder
Gustav Mahler schreef zijn Rückert-Lieder in de periode 1901/1902. In tegenstelling tot zijn Lieder eines fahrenden Gesellen of Kindertotenlieder, vormen de vijf Rückert-Lieder geen cyclus maar staan zij alle vijf op zichzelf. De keuze van Mahler voor de dichter Friedrich Rückert is verklaarbaar. Rückerts dichtbundels Liebesfruhlung en Haus- und Jahreslieder waren zeer populair in een periode waarin men in Europa werd geconfronteerd met industrialisering, materialisme en individualisme. De gedichten beschrijven het kleine kostbare geluk en zijn geschreven vanuit de eerste persoon, vaak intiem en introvert. Dit laatste sprak Mahler erg aan. Zijn interpretatie van Rückerts gedichten is een projectie van zijn eigen persoonlijke gevoelsleven op dat moment.
Des Knaben Wunderhorn
De gedichten uit de bundel Des Knaben Wunderhorn zijn verzameld door Achim von Arnim en Clemens Brentano en behoren tot de Duitse volkspoëzie. Toen Mahler in de bibliotheek van Carl von Weber de dichtbundel tegenkwam wilde hij eerst een opera op basis van Des Knaben Wunderhorn componeren. De opera kwam nooit van de grond. Mahler componeerde daarop een aantal liederen met pianobegeleiding en later orkestreerde hij ze. Uiteindelijk ontstond een bundel met 15 liederen. Drie ervan zijn ook in symfonieën van Mahler opgenomen. De Finse bariton Tom Krause zingt de volgende 4 liederen uit de cyclus: - Lied des Vervolgten im Turm - Des Antonius von Padua Fischpredigt - Lob des hohen Verstandes – Revelge.
Meer informatie over de andere vocale werken van Mahler volgt nog